De brieven van mijn moeder. De eerste keer naar Frankrijk was in 1973. Het jaar ervoor was mijn zus met haar vriend voor het eerst naar Zuid-Frankrijk geweest en kwam daar met zulke enthousiaste verhalen vandaan dat mijn ouders zo'n reis ook wel eens wilden proberen.
Tot die tijd was vakantie niet iets vanzelfsprekends. Mijn ouders waren wel vaker met z'n tweeën weggeweest, vaak om mijn moeder wat rust te geven van het huishouden. De keer mét kinderen in een Drents pension met bijbehorend cliché zolderraampje (uitzicht!) en de verlepte plakjes kaas bij de lunch waren tot dan het hoogst haalbare geweest.
Maar toen naar Frankrijk. Met een persoonlijk reisschema van de ANWB, een toeristische route.
Veel viel me op tijdens het lezen van die eerste jaren. Dat het toen ook niet altijd vanzelfsprekend was dat er een plek in hotels of op campings was als je die niet (via de ANWB?) had besproken. Dat het op de Franse wegen ook al behoorlijk druk kon zijn. Dat de wegomleggingen toen ook al niet duidelijk waren aangegeven. Dat de wijn 75 (gulden)cent kostte per liter. Dat er ook toen al vaak stakingen waren waardoor en niet meer genoeg benzine werd geleverd en je op zoek moest naar een pomp die nog wat had.
Wat de brieven zo leuk maakt is het onbevangen schrijven van mijn moeder, de waarschijnlijk onbedoelde humor in de zinnen en de stop-zinnetjes à la Martin Bril na een wat minder geslaagde gebeurtenis: -Nou, ja, dat hebben we ook weer gehad-.
Maar het mooist vind ik dat ze zo genieten van de landschappen. Van de kust bij Bordeaux tot de zee bij Cannes, de woeste bergen in de Haut Alpes de Provence tot het vulkaanlandschap bij Puy de Dome.
Waar ze het vaakst zijn geweest is de boerencamping bij Ruud Francke bij le Caylar in de Herault. De foto is van dat gebied.
