dinsdag 6 februari 2024

boek(en)

 Ik ben nog steeds niet aan het schrijven. Het schrijven aan 'De hond in de nacht ' ligt al meer dan een half jaar stil. Ik post de eerste pagina hier. Misschien wekt het me op nu er mensen al naar gaan kijken.

Hoofdstuk 1 

Het was een schrapend, schurend geluid in de verder doodstille nacht. Ik probeerde mijn ogen te openen, wat niet lukte. Opstaan was helemaal uitgesloten. Het leek of iemand (of iets?) aan de deur krabbelde.
Ik probeerde het geluid te negeren wat pas na enig tijd lukte en ik weer in slaap viel.

De volgende ochtend sleepte ik me uit bed. De wekker was een uur geleden al afgegaan. De gewoonte om de wekker te zetten terwijl ik er voor niets en niemand meer uit hoefde had ik gehandhaafd. Niet dat het me hielp bij het opstaan. Het markeerde alleen het begin van een nieuwe dag. Een dag waar ik niet om gevraagd had, maar die toch vanzelf weer begon.

Nadat ik me uiteindelijk had aangekleed en naar beneden was gestommeld bedacht ik dat ik een makelaar moest bellen,  een gedachte die ik tot dan had verworpen als te moeilijk, een klus voor morgen, misschien volgende week. Elke dag was er iets wat me tegenhield. Een boodschap die gedaan moest worden in het dorp: een dag-omvattende gedachte die me bezighield als uiterst belastend en moeilijk. Tot ik dan ineens mijn jas pakte, mijn haar probeerde te fatsoeneren en de tocht naar het dorp maakte om me onder de medelijdende blikken van het winkelpersoneel te begeven.

De Casino winkel was deze winter overgenomen door een kale man met zijn enorme vrouw. De man glimlachte naar de klanten, maar de vrouw keek alsof ze liever dood was dan elke dag weer opnieuw in deze te kleine winkel te staan en elke dag dezelfde koppen te zien langskomen voor een krop verlepte sla of een pak houdbare melk.

Ik pakte zo snel en onopvallend als ik kon de spullen die ik nodig had; groenten en pasta (ja ik kookte nog), en melk voor de koffie en verliet schielijk het dorp. Nu met een beter humeur, mijn gedachten al bij de fles wijn die ik zou openen zodra ik thuiskwam. Ik had me voorgenomen alleen maar ‘s avonds te drinken. En dat deed ik ook. Vanaf 18:00 uur. Dat de fles elke avond geheel leeg kwam was nooit het plan en de hoofdpijn die ik voelde als ik ‘s nachts wakker werd probeerde ik te verdrijven met een glas water naast het bed en het voornemen morgen niet de héle fles te ledigen. Tevergeefs, tot nu toe. Ik verdoofde mezelf ’s avonds. Verdween in de mist. Keek televisie en ging naar bed. Ik droomde nooit over hem.

                              ---------------------------------------------------

Lezen doe ik ik wel veel nu. De stapel boeken die ik heb geleend van de bibliotheek lees ik met veel plezier door elkaar heen. De grappige stukjes van Sylvia Witteman verzameld in 'Jullie zijn zelf gek', een thriller van Simenon (De blauwe kamer), een boek van Ina Boudier Bakker (Armoede), Schemering van Philippe Claudel (heftig, toch mooi) en het onbegrijpelijke boek van de Duitse schrijver Frank Witzel, met de geweldige titel  'Hoe een manisch-depressieve tiener in de zomer van 1969 de Rote Armee Fraktion bedacht. Dit boek telt 876 bladzijdes. Dat ga ik met 'de hond in de nacht' niet redden. Ik zal blij zijn als er 150 pagina's uit mijn fantasie spruiten. Misschien is volgende week een goed moment om verder te gaan met het verhaal. Dan zijn we in Frankrijk (carnavalsvakantie) en het weer wordt niet zo best. Ik houd jullie op de hoogte. Van het weer en van het boek...